Lossen haken, het begin van een haakwerk.

Als je gaat haken begin je met een schuifknoop, dat is de meest gebruikte opzet.

De schuifknoop.

P1090425P1090444P1090426
hang het draadeinde over twee vingers (links) en draai het draadeinde 1x rond de vingers (midden en rechts)

P1090448P1090450P1090453-1
haal de lus van je vingers, houd hem vast (links), leg het draadeinde onder de lus (midden) en trek het draadeinde door de lus (rechts). Blijf de werkdraad en het draadeinde wel met je linkerhand vasthouden.

P1090456P1090459-2P1090461
dit is de schuifknoop (links), steek de haaknaald van rechts naar links door de lus (midden), trek aan het draadeinde de lus aan, niet te strak, de haaknaald moet nog gemakkelijk heen en weer kunnen bewegen (rechts).

Nu volgt de 1e losse.

P1090463P1090470P1090485
sla de werkdraad van achteren naar voren over de haaknaald, dit is een omslag (links en midden), houd de schuifknoop vast en trek de omslag door de lus op de haaknaald, dit is de 1e losse (rechts). Op deze manier haak je lossen tot een lossenketting.

P1030052P1030053
de voorkant van een lossenketting bestaat uit een soort v-tjes die je goed kunt tellen en waarin je moet insteken als je een toer over de lossenketting haakt (links), de achterkant van een lossenketting (rechts).

Print Friendly, PDF & Email

Een reactie plaatsen