Kerstkrans

Kerstkrans

Kerstkrans.

Benodigd:

*1 haaknaald van 3 mm en bijpassend wit garen en naar wens een tweede kleur. Katoenen garen geeft het mooiste resultaat.

* 1 pijpenrager van 15 cm.

* 1 kerstklokje.

* naar wens: lintjes, strikjes, kraaltjes, ornamentjes, kwastjes of veertjes.

De basis van deze kerstkrans is een pijpenrager. Buig deze rond, zodanig dat de uiteinden elkaar 1,5 cm overlappen. De uiteinden met naaigaren stevig omwinden en vastknopen.

Met wit garen 1 toer vasten om de pijpenrager haken. Het aantal steken moet deelbaar zijn door 4+1 steek extra. Sluit de toer vasten met een h.v. in de 1e v.

Haak verder met dezelfde of een 2e kleur garen.

2e toer: 1 v. in elke v. Sluit de toer met 1 h.v. in de 1e v.

3e toer: *5 l, 3 v. overslaan, 1 h.v. in de volgende v.*. Tussen ** herhalen tot het eind van de toer.

4e toer: 8 v. in elke 5-lossenboog, 1 h.v. tussen de 5-lossenbogen. Haak aan het einde van deze toer een lossenketting in de gewenste lengte voor de ophanglus.

Hang een kerstklokje in de kerstkrans en versier hem verder naar eigen smaak.

Veel haakplezier, Catherine.

Candy cane

clip_image002

Candy cane.

Benodigd:

*1 haaknaald van 3 mm en bijpassend wit, rood en groen garen.

* 1 borduurnaald met een groot oog en stompe punt.

* 1 pijpenrager van 15 cm.

* naar wens: roosjes, strikjes en lintjes.

Beschrijving:

Zet 72 l. op.

1e en enige toer: 3 v. in de 2e l. vanaf de haaknaald, 3 v. in elke volgende l.

Haak dit deel 1x in wit en 1x in rood of groen.

Draai de delen om elkaar heen en duw met een draaiende beweging de pijpenrager door de kern heen. Buig de uiteinden van de pijpenrager dubbel en naai de gehaakte delen daar aan vast.

Tip: Bevestig 2 candy canes in spiegelbeeld aan elkaar. Zij vormen zo een hart.

Veel haakplezier, Catherine.

Kerstsokjes

clip_image002

Kerstsok.

Benodigd:

* 1 haaknaald van 3 mm en 2 of meer kleuren bijpassend garen. Het patroon beschrijft de sok met 2 kleuren.

Beschrijving:

Zet 3 l. op met kleur A.

1e toer: 4 v. in de 3e l. vanaf de haaknaald. Sluit de toer met 1 h.v. in de 1e v.

Alle volgende toeren niet meer sluiten met een halve vaste, maar spiraalsgewijs doorhaken. Geef het eind van elke toer aan met een stekenmarkeerder of een draadje garen.

2e toer: 2 v. in elke v. (10 v.).

3e toer: 2 v. in elke v. (20 v.).

4e toer: 20 v.

5e toer: 20 v.

Je hebt nu het teenstuk gehaakt. Hecht de draad af en haak verder met kleur B.

6e t/m 11e toer: 20 v.

Je hebt nu de voet gehaakt. Trek de lus wat hoger op en laat hem hangen. Haak voor de hiel verder met kleur A.

12e toer: 1 v. in de volgende v, 9 v, 1 l. Keren. (10 v.).

13e toer: 1e v. overslaan, 7 v, 2 v. samenhaken, 1 l. Keren. (8 v.).

14e toer: 1e v. overslaan, 5 v, 2 v. samenhaken, 1 l. Keren.( 6 v.).

15e toer: 1e v. overslaan, 3 v, 2 v. samenhaken, 1 l. Keren. (4 v.).

16e toer: 1e v. overslaan, 1 v, 2 v. samenhaken, 1 l. Keren. (2 v.).

17e toer: 2 v. in de 1e v, 2 v. in de volgende v, 1 l. Keren. (4 v.).

18e toer: 2 v. in de 1e v, 2 v, 2 v. in de volgende v, 1 l. Keren. (6 v.).

19e toer: 2 v. in de 1e v, 4 v, 2 v. in de volgende v, 1 l. Keren. (8 v.).

20e toer: 2 v. in de 1e v, 6 v, 2 v. in de volgende v, 1 l. Keren. (10 v.).

Je hebt nu de hiel gehaakt. Knip de draad af met een lengte van 20 cm. Vouw de hiel dubbel met de goede kanten op elkaar en naai de twee schuine zijden aan weerszijden aan elkaar vast. Keer de hiel met de goede kant naar buiten.

Haak verder met kleur B voor het been.

21e toer: 10 v. over de v. van kleur A, 10 v. over de v. van kleur B.

22e t/m 35e toer: 20 v.

Haak een lossenketting aan de sok met de lengte naar keuze en maak daar de ophanglus van.

Veel haakplezier, Catherine.