Gehaakte eierwarmer baboesjka

gehaakte baboesjka eierwarmers

Mag ik jullie voorstellen: het baboesjka eierwarmer kwartet. Het leuke van dit patroon is, dat je er zo heerlijk veel variaties van kunt maken.

P1070211P1070218
Deze twee dames hebben geborduurde bloemetjes en geborduurde sierranden op de rok.

P1070220P1070215
Links: een paar randen gehaakt met een effectgaren geeft een leuk resultaat.
Rechts: gehaakte picotranden en een gehaakt bloemetje op de rok staat fleurig.

Je kunt ook een gestreepte rok haken of kraaltjes, kantjes en bandjes als versiering gebruiken.

Hier volgt het basispatroon.

Ik heb met haaknaald 4 mm gehaakt en bijpassend garen in verschillende kleuren. Kleur A (gezicht), kleur B (kapje), kleur C (rok) en restjes garen voor de ogen, de mond en het haar.

Afkortingen:
l.= losse/ lossen
h.v.= halve vaste
v.= vaste/ vasten
st.= stokje/ stokjes

Je begint met het haken van twee rondjes voor het kapje en het gezicht.

Het kapje: (eerste rondje).

Zet met kleur B 2 l. op.

1e toer: 6 v. in de 2e l. vanaf de haaknaald. Sluit de toer met een h.v.

2e toer: 2 v. in elke v. (12 v.). Sluit de toer met een h.v.

3e toer: 2 v. in elke v. (24 v.). Sluit de toer met een h.v.

4e toer: 24 v. Sluit de toer met een h.v.

5e toer: * 2 v, 2 v. in de volgende v.*. Tussen ** herhalen tot het eind van de toer. ( 32 v.). Hecht de draad af.

Het gezicht (tweede rondje).

Zet met kleur A 2 l. op.

Haak toer 1 t/m toer 4 van het 1e rondje.

5e toer: Ga verder met kleur B en steek in deze toer in de achterste lussen van de steken in.

* 2 v, 2 v. in de volgende v.*. Tussen ** herhalen tot het eind van de toer. ( 32 v.)

Leg de twee rondjes met de verkeerde kant op elkaar en haak ze in de volgende 26 v. aan elkaar vast. Er blijven 14 steken over en je haakt over deze steken in het rond verder.

6e toer: * 1 v, 2 v. in de volgende v.*. Tussen ** herhalen tot het eind van de toer. ( 24 v.). Sluit de toer met een h.v.

7e toer: * 2 v, 2 v. in de volgende v.*. Tussen ** herhalen tot het eind van de toer. ( 32 v.). Sluit de toer met een h.v. Hecht de draad af.

Borduur de haren, ogen en de mond.

P1070187

Haak met kleur C verder voor de rok. Middenachter aanhechten en de volgende toeren in de achterste lussen insteken.

P1070193
Het begin van de rok.

8e toer: 3 l. (= 1e st.), 31 st. Sluit de toer met 1 h.v. ( 32 st.)

9e toer: Als 8e toer.

10e toer: Als 8e toer.

11e toer: Als 8e toer.

12e toer: 32 v. De draad afhechten.

P1070200P1070201
Dit is het basispopje.

Nu begint het leukste werk. Versier er maar op los.

P1070233P1070237

P1070223P1070231

Veel haakplezier.

 

Print Friendly, PDF & Email

Gehaakte eierwarmer, granny square

P1060890P1060900

Voor deze eierwarmer heb ik twee driehoek granny squares gehaakt. Hij is een beetje groot uitgevallen (de zijkanten zijn 12 cm), want ik heb op haaknaalden 4 gehaakt. Als je een dunnere haaknaald gebruikt dan wordt hij vanzelf kleiner.

Je hebt 3 kleuren garen nodig, (kleur A, B en C) en een bijpassende haaknaald.

Afkortingen:

l.= losse/lossen
h.v.= halve vaste/vasten
st.= stokje/stokjes

Zet 4 l. op. Sluit met een h.v. tot een ring.

1e toer: 3 l. (= 1e st.), 3 st. in de ring, 1 l, 4 st. in de ring, 1 l, 4 st. in de ring, 1 l. Sluit de toer met een h.v. Hecht de draad af.

2e toer: Haak verder met kleur B.

3 l. (= 1e st.), in een 1-losseboog, 3 st. in dezelfde 1-losseboog, 1 l, * ( 4 st, 1 l, 4 st.) in de volg. 1-losseboog, 1 l. *. Tussen ** 1x herhalen, 4 st. in de volgende 1-losseboog, 1 l. Sluit de toer met een h.v. in de 3e beginlosse. Hecht de draad af.

3e toer: Haak verder met kleur C.

3 l. (= 1e st.) in de 1-losseboog tussen de 4-stokjesgroepen op een punt van de driehoek,

P1060876

 

3 st. in dezelfde 1-losseboog,

P1060878

1 l, * 4 st. in de volgende 1-losseboog, 1 l, ( 4 st, 1 l, 4 st.) in de volgende 1-losseboog, 1 l.) *. Tussen ** 1x herhalen, 4 st. in de volgende 1-losseboog, 1 l, 4 st. in de volgende 1-losseboog, 1 l, 1 h.v. in de 3e beginlosse.

4e toer: 3 l. 9= 1e st.), 1 st. in elk st. en 1-losseboog, ( 1 st, 1 l, 1 st.) in de 1-losseboog op elke punt van de driehoek. Sluit de toer met 1 h.v. in de 3e beginlosse.

Haak een 2e driehoek op dezelfde manier.

Met kleur B de driehoeken aan elkaar haken.

P1060884P1060887

 

Langs de 2 laatste zijkanten voor de onderkant een toer vasten haken.

Veel haakplezier.

Print Friendly, PDF & Email

Gehaakte eierwarmer, mutsje.

gehaakte eierwarmergehaakte eierwarmer

In deze eierwarmer zijn twee haaktechnieken verwerkt: spiraalhaakwerk en reliëfstokjes. Bij spiraalhaakwerk draaien de kleuren om elkaar heen zonder dat je telkens een nieuwe kleur moet aanhechten ( en afhechten Knipogende emoticon). Reliëfstokjes haak je niet in de lussen, maar je haakt om een onderliggend stokje heen.

Deze eierwarmer is met 3 kleuren gehaakt, maar als je de techniek van het spiraalhaken kent, dan kun je zelf het aantal kleuren bepalen.  Onder de categorie haaktechnieken en spiraalhaakwerk hier in de linkerkolom staat het spiraalhaken ook nog duidelijk uitgelegd, maar misschien zijn de foto’s hier duidelijk genoeg.

Ik heb haaknaald 3,5 mm. gebruikt en geel (kleur A), paars (kleur B) en groen (kleur C).

Zet met kleur A 4 lossen op. Sluit met een halve vaste tot een ring.

1e toer: 1 losse, 1 half stokje, 2 stokjes in de ring. Trek de laatste lus op tot een grote lus en laat hem hangen. Na deze laatste steek van kleur A verder gaan met kleur B. 1 losse, 1 half stokje, 2 stokjes in de ring. Trek de laatste lus op tot een grote lus en laat hem hangen. Hetzelfde doe je met kleur C.

P1060843
De 1e toer is klaar. Geel (A), paars (B) en groen (C).

De volgende toer kun je met elke willekeurige kleur beginnen. Ik ben met kleur B verdergegaan, maar dat maakt in principe geen verschil. Je meerdert voortdurend door 2 stokjes in elk volgend stokje te haken.

Met kleur B haak je op elke steek van kleur C  2 stokjes. Haak zo door tot de loshangende grote lus van kleur C. Trek de laatste lus van kleur B  op en laat hem hangen. Haak met kleur C over de steken van kleur A tot de loshangende grote lus van kleur A. Trek de laatste lus van kleur C op en laat hem hangen. Haak met kleur A over de steken van kleur B en zorg er voor dat de afstanden tussen de laatste steek van elke kleur ongeveer even groot is.

P1060845

P1060848

Nu haak je beurtelings met de kleuren door, 2 stokjes in elk stokje. Zodra je bij een grote lus van een andere kleur komt, dan trek je de draad van de kleur waar je mee bezig bent op tot een grote lus die je laat hangen. Je steekt de haaknaald in de grote lus van de volgende kleur, trek deze aan en haakt verder. Je haakt door totdat je een rondje hebt van ongeveer 6 à 7 cm. Zorg dat het rondje plat blijft. Als het gaat bobbelen moet je iets minder meerderen.

P1060854

Nu ga je reliëfstokjes haken.  Je maakt een omslag en steekt dan met de haaknaald achter langs om een onderliggend stokje, omslag, trek de haaknaald terug en haak het stokje. Je stopt met meerderen zodat de vorm van een mutsje ontstaat.

P1060859P1060860

Haak verder met de kleur waar je mee bezig bent 1 stokje in het volgende stokje, 1 reliëfstokje om het volgende stokje. Haak zo door totdat de eierwarmer 9 cm hoog is. Haak tot slot met één van de kleuren 2 toeren vasten en als laatste 1 toer halve vasten.

Veel haakplezier.

Print Friendly, PDF & Email

Gehaakte eierwarmer, kip


Nodig:
garen in de kleuren wit, geel, zwart en rood.
haaknaald nr: 4
bijpassende maasnaald.

Afkortingen:
l.  = losse
h.v. = halve vaste
st. = stokje
herh. = herhalen

Bijzondere patroonsteek: moesjes.

Moesjes haken gaat als volgt:

1. Draad om de naald slaan.


2. haaknaald insteken in de volgende steek


3. draad doorhalen


4. een losse haken


Deze 4 stappen herhaal je nog 3x in dezelfde steek.  Je hebt nu 7 lussen op de haaknaald staan.


Je slaat de draad om de haaknaald hen en trek deze door de 7 lussen. Tot slot haak je een losse en klaar is je moesje.

Beschrijving van de eierwarmer:

Zet met wit 4 l. op. Sluit met h.v. tot een ring.
1e toer:  3 l. , 11 st. in de ring haken. Sluit de toer met een  h.v. ( 12 st.)
2e toer:  3 l. , 1 st. op  het 1e st. , op elk volgend st. 2 st. haken ( 24 st. )
Toer sluiten met een h.v. Afhechten.

Dit is het eerste rondje. Een tweede rondje op dezelfde wijze haken, maar dit tweede rondje niet afhechten.

Het eerste rondje tegen het tweede rondje leggen en over de eerste 16 steken van beide delen 16 v. haken, steeds insteken in de stokjes van beide rondjes. Afhechten.



Nu over de overige steken in het rond haken als volgt.

1e toer:  1 l. , * 1 moesje, 1 l.  Vanaf * herh.   Toer sluiten met h.v. ( 20 moesjes ).
2e toer:  2 l. , * 1 moesje om de losse tussen 2 moesjes van de vorige toer, 1 l.  Vanaf  * herh.  Toer sluiten met h.v. ( 20 moesjes ) .
3e toer:  Als 2e toer.
4e toer:  Als 2e toer.
5e toer:  Ga verder met geel. Als 2e toer.
6e toer:  Op elke steek 1 v.  Afhechten.

Kam.
Met rood op de 16 v. op de kop 16 v. haken. Keren.
Volgende toer: 1 v. op de eerste v. ,  * 1 v. overslaan, op de volgende v.  3 st. , 1 v.  overslaan, op de volgende  v.  1 v. Vanaf   * 3x herh.  Afhechten.

Snavel.
Op de steek vóór de kam 1 v. ,  2 st. , 1 v. haken.  Afhechten.


Afwerking:

Met zwart onder de toer van het samenhaken een randje steelsteek borduren.
In het midden van het rondje met zwart over ieder stokje van de 1e toer 1 steek borduren.
Langs de zijkant, voor de staart,  met geel langs iedere toer 1 moesje haken. Beginnen bij de vastentoer  en vanaf de kop geteld 2 toeren vrijlaten. Keren.
Nog 1 toer moesjes haken.  Afhechten.

Print Friendly, PDF & Email